Schisis

Schisis (Grieks voor spleet) is een aangeboren afwijking van het gezicht, die zich kenmerkt door een spleet of groef in bovenlip, kaak en/of gehemelte. De spleet kan zich beperken tot de bovenlip, maar kan ook doorlopen in de bovenkaak en in de ernstigste gevallen in het hele gehemelte tot en met de huig.

Een aantal kinderen met schisis heeft moeite met duidelijk praten. Het klinkt dan hypernasaal en slap. Daarnaast komt het voor dat het kind slecht hoort en last heeft van oorontstekingen.

In de logopedische therapie wordt gewerkt aan het optimaliseren van de verstaanbaarheid van het spreken. Spierversterkende oefeningen voor het zachte gehemelte zorgen voor een betere afsluiting tussen mondholte en neus. Daardoor vermindert het teveel aan nasale resonans en kan er een betere druk in de mond worden opgebouwd om klanken duidelijker uit te kunnen spreken.
De spraakklanken die nog niet zo goed worden uitgesproken worden spelenderwijs geoefend en verbeterd. Belangrijk is dat thuis dagelijks wordt geoefend. Als de oefeningen in spelvorm worden gedaan, blijft het kind er plezier in houden.
Zo nodig wordt de ontwikkeling van het taalbegrip en de taalproductie in de gaten gehouden en verder gestimuleerd.

Logopediste Rita Meijer heeft al vele kinderen met een schisis begeleid en goed verstaanbaar leren spreken.

 

Er is altijd overleg met de logopedisten van het schisisteam, waar het kind wordt begeleid.

Meer informatie is te vinden opĀ https://www.schisisnederland.nl